Toen en Nu

Een aantal medewerkers van de Historische Kring Bodegraven schrijven regelmatig losse artikelen.

De meest recente is op deze pagina te vinden.

Alle verhalen bewaren wij op onze blog "Bijzonder in het Boreft'.


Geschiedenis van de St Willibrorduskerk en zijn voorlopers.



De eerste Katholieke kerk in Bodegraven stond op de markt waar nu de Dorpskerk staat. Hij werd de St. Galluskerk genoemd, oorspronkelijk een kleine houten kapel die vervangen is in de loop van de 13e eeuw door een stenen gebouw. Hoe komt het dan dat de huidige Katholieke kerk nu op de Overtocht staat. Dit heeft alles te maken met de geloofsstrijd en de komst van de reformatie.
In het kort komt het hierop neer, de Duitse monnik Maarten Luther ergerde zich aan de wantoestanden in de Katholieke kerk . Daarom spijkerde hij een document op de deur van de Slotkapel in Wittenberg (Duitsland) op 31 oktober 1517. Hier stonden 95 stellingen (regels) met de zaken waar hij het niet mee eens was. Dit feit veroorzaakte een kerkelijke revolutie in de Westerse wereld met als resultaat een splitsing van de Katholieke kerk in meerdere groepen samengevat als Protestanten.



Dit resulteerde uiteindelijk in een overmacht van de Protestanten. Einde van de 17e eeuw kwam er een verbod voor het houden van katholieke kerkdiensten. Hierdoor raakten zij ook de St. Galluskerk kwijt op de markt in Bodegraven, die ging over in protestantse handen. Alle kerkelijke schatten en kunst werd hierbij inbeslaggenomen. In de eeuwen erna werden er in woonhuizen en zgn. schuilkerken op kleinschalige schaal kerkdiensten gehouden. Als dit ontdekt werd door de schout (voorloper van de politie) werden er hoge boetes uitgedeeld. Een van deze schuilkerken stond op de Overtocht wat toen nog niet tot Bodegraven maar Zwammerdam behoorde. Dit kleine kerkje bleef bespaard in 1672 toe Bodegraven grotendeels door de Fransen in brand werd gezet (rampjaar).
In de 19e eeuw kwam er hier verandering in , en ontstond er godsdienstvrijheid in Nederland. Dit was de kans voor de toenmalige pastoor om plannen te maken voor de bouw van een nieuwe grote Katholieke kerk op de Overtocht.
De architect die deze kerk ontwierp was Pierre Cuypers, dezelfde architect die het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam heeft ontworpen. De kerk is gebouwd door de Bodegraafse aannemer B.H. Boers. De totale kerk met toren en kerkhaan heeft ongeveer f 64.000 gulden gekost. Er is nog een strijd geweest tussen de architect en de aannemer. De laatste had de toren niet gebouwd volgens het ontwerp van de architect. Men heeft er uiteindelijk geen rechtszaak van gemaakt en de toren is uiteindelijk niet vervangen.
Met de bouw van de kerk werd in 1862 begonnen, hij was klaar in 1865. De stijl van de kerk was neogotisch. In eerste instantie zou de kerk weer St. Galluskerk gaat heten, maar de pastoor wilde de naam veranderen in St. Willibrorduskerk (dit was de eerste bisschop van Utrecht (658-739)). Op maandag 10 juli 1865 werd de nieuwe majestueuze Rooms Katholieke St. Willibrorduskerk ingewijd door de bisschop van Haarlem.



Bij de grote brand van 1870 is de kerk gespaard gebleven, doordat de wind gunstig stond (voor de kerk niet voor het dorp). Maar dit geluk had men niet altijd want op woensdag 24 maart 1982 ontstond er laat in de avond door kortsluiting in het kerkorgel. Dit veroorzaakte een reusachtige brand. Bijna heel Bodegraven liep avonds laat uit, om naar het blussen te kijken. Bij het aanbreken van de dag kon men goed de grote schade zien. De ravage was enorm. Het dak was ingestort, vele grote houten balken waren verbrand en in het interieur van de kerk gevallen. Het mooie orgel was totaal verwoest. Gelukkig stonden de muren nog overeind en waren de fundamenten nog intact.
De kerk hoefde niet opnieuw worden opgebouwd maar kon hersteld worden. De kerkgangers hadden nu geen kerk meer voor hun diensten. Gelukkig konden ze ruime tijd hun diensten houden in de Gereformeerde Kerk en de Evangelisch-Lutherse kerk. Op dinsdag 9 april 1985 werd de kerk tijdens een feestelijke Eucharistieviering heropend door Mgr. Dr. A.J. Simonis aartsbisschop van Utrecht.
Inmiddels heeft de kerk al zijn 150 jarig bestaan gevierd. De bijnaam van deze kerk is de Wachter aan de Overtocht waaruit duidelijk de belangrijke rol blijkt die deze kerk in Bodegraven heeft.



Door John de Vries (Stichting Historische Kring Bodegraven) Foto’s : Stichting Historische Kring Bodegraven.




De grote brand van 1870


Eén van de grootste catastrofale gebeurtenissen in Bodegraven is de grote brand van 1870. Na de verwoesting in 1672 (rampjaar) door de Fransen, had Bodegraven hierna zich weer goed hersteld. In 1858 had Bodegraven 2600 inwoners, waarvan er 100 in de kom van het dorp woonden. Ze leefden van landbouw, het maken van kaas en boter en er stonden enkele kleine fabrieken.
Gelukkig zijn er net voor de brand een aantal foto, s gemaakt van het centrum van Bodegraven door de Bodegraver Jan van Rossum. Hierdoor hebben we een goede vergelijking hoe Bodegraven er voor en na de brand eruit zag.



Bodegraven kende in 1870 veel bakkerijen, één daarvan was die van bakker Mol op de overtocht (op de locatie waar nu de bakkerij van Bussink staat). Op dinsdag 31 mei 1870 brak daar middags rond 4 uur de brand uit. Vermoedelijk door het drogen van houtspaanders bij de oven, die daarbij vlamvatten. Vlak bij de bakkerij stond een hooiberg, de vlammen sloegen daar snel naar over. Bovendien stond er ook nog een harde wind. Bodegraven bezat enkel brandspuiten (pompen) die nog met de hand bediend moesten worden. De kerkklokken werden geluid, dat was het teken voor de mannen van Bodegraven dat ze moesten helpen bij de brandbestrijding (dit was een vooraf gemaakte afspraak).
Door de sterke wind breidde de brand zich razendsnel uit over de Oude Rijn, bereikte de Kerkstraat en vanuit de Overtocht ook de Brugstraat, Rijnkade, Noordstraat en een deel van de Wilhelminastraat. Snel kwam er van alle kanten hulp van de brandweer uit Zwammerdam, Alphen, Nieuwerbrug en Woerden.



Maar ondanks al deze hulp was de brand niet onder controle te krijgen. Volgens een ooggetuige was het “een vreselijk gezicht, het was een draven, schreeuwen, gillen van kinderen, moeders waren radeloos en mensen liepen te huilen”. De dorpsbrug stond midden in de vuurzee. Hoewel de brug van hout was is hij toch gespaard gebleven.
Pas in de nacht van 1 juni rond 4 uur in de morgen was de brand onder controle. Bij het daglicht kon men de ravage zien. Een groot deel van het centrum was verwoest. Toen de schade werd opgemaakt waren er ruim 100 huizen verwoest, 130 gezinnen dakloos en waren er 2 doden gevallen.


De dorpsbrug van Bodegraven door de eeuwen heen
Uit de gehele omgeving kwam hulp in eerste instantie tenten voor de vele daklozen. Met Pinksteren kwamen duizenden (ramp) toeristen kijken na de grote puinhopen In het gehele land werden inzamelingen gehouden. Studenten in Leiden haalden 4000 gulden op, die ze in een ijzeren kist kwamen brengen. Spontane acties van burgers, kerken iedereen zette zich in. Vele kranten gaven verslagen uit van deze grote brand. Door alle hulp en de enorme inzet van alle Bodegravers werd het Dorp en met name het centrum hiervan weer heel snel opgebouwd.
Bodegraven herrees als een Phoenix weer uit zijn as.

Door John de Vries (Stichting Historische Kring Bodegraven)
Foto’s: Stichting Historische k\Kring Bodegraven



De Dorpsbrug van Bodegraven door de eeuwen heen


In Bodegraven vinden we drie bruggen: de Dorpsbrug, de Burgemeester Crolesbrug en de Broekvelderbrug. De Dorpsbrug is de oudste brug, de andere twee bruggen zijn allemaal pas na de Tweede Wereldoorlog gebouwd.

De rivier de Oude Rijn heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Bodegraven. In de Romeinse tijd lag er langs deze rivier een Romeins castellum , maar een brug over de Oude Rijn was er niet.

De eerste brug dateert uit ongeveer 1367, toen werd er op de huidige plek van de Dorpsbrug een sluis gebouwd met een houten brug. Hier is geen afbeelding van. Bodegraven was rond die tijd maar erg klein, bij een volkstelling in 1494 telde men ongeveer 130 huizen.




Een stenen brug heeft er in de 16e eeuw gelegen. Op bouwtekeningen uit 1580 staat deze afgebeeld. Een kunstenaar heeft er rond 1650 een gravure van gemaakt waarop deze toch wel merkwaardige brug te zien is. Het kan zijn dat de kunstenaar zijn fantasie heeft gebruikt , en dat de afbeelding van de brug niet helemaal de waarheid weergeeft.



In het rampjaar van 1672 is een groot deel van Bodegraven verwoest en verbrand door de Fransen. Hierbij zijn de sluizen beschadigt en later weer hersteld.

Wanneer de stenen brug vervangen is door een houten brug is niet bekend. We zien op een afbeelding van 1731 weer en houten brug. Op een andere gravure uit 1831 zien we weer een ander type brug.

Op de eerste foto van voor de brand van 1870 zien we heel duidelijk een houten brug waarop duidelijk te lezen staat dat hij uit 1748 stamt. Deze brug is bij de grote brand van 1870 gelukkig gespaard gebleven.




In 1880 is deze houten brug vervangen door een ijzeren brug. Deze werd al snel te smal voor het toenemend verkeer, vooral ook met de komst van de automobiel. Men wilde in 1920 deze brug vervangen, helaas ging dat niet door i.v.m. geldgebrek. Deze brug heeft nog dienst gedaan tot 1958. Hij is toen vervangen door een moderne brug waarvan de opening was op 11 november 1960. Deze brug ligt er nu al weer zo een 60 jaar en voldoet nog steeds.       


                    Tekst: John de Vries



Van Treinstation tot Kookstation


Het is ons nauwelijks voor te stellen dat ongeveer 150 jaar geleden er nog geen treinen reden in Nederland.

Van oudsher gebeurde al het vervoer over het water met een trekschuit. Hierna kwam er behoefte aan een moderne verbinding met Gouda. Hiervoor werd een paardentram ingezet. Later werd het paard vervangen door een machine en kwam er een stoomtram.

Inmiddels was het tijdperk van stoomtrein aangebroken en Bodegraven ging daarin snel mee. Toen de stoomtreinen in Nederland gingen rijden werden er overal stations gebouwd, ook in Bodegraven. In 1878 werd de spoorlijn Leiden-Utrecht geopend.


Het eerste station heeft maar heel kort bestaan, in 1893 werd het weer gesloopt omdat het verzakt was. Daarna is er weer een nieuw station gebouwd, maar deze is in 1911 afgebrand. Nu staat er ruim 100 jaar een derde station aan het Stationsplein.

Het station van Bodegraven had een wachtruimte met houten banken langs de zijklanten. In de winter stond er een grote kachel in het midden die heerlijk stond te branden. Ook waren er nog enkele toiletten. Het was toen beter geregeld dan tegenwoordig. Een kaartje kopen kon je alleen aan het loket, bij grote drukte moest je dus wel op tijd op het station zijn, want automaten stonden er nog niet. In de beginperiode moest jezelf een kaartje kopen om op het perron te komen, beetje een voorloper van de huidige poortjes.


Nu heeft het station geen binnenruimte meer waar je kunt zitten. Je moet nu buiten zitten in een open glazen hokje waar de wind dwars doorheen kan blazen, alleen tegen de regen ben je beschut. Het is in de winter echt afzien. De spoorlijn is nog volop in gebruik en er rijden elk half uur treinen.



Het eigenlijke station wordt nu niet meer door de NS gebruikt. maar heeft een andere bestemming gekregen. In het gebouw is nu een kookstation gevestigd, waar men kooklessen kan volgen.

Tekst: John de Vries