Bodegraven in het rampjaar 1672: de Franse veldtocht door John de Vries

Veel inwoners van Bodegraven hebben ongetwijfeld gehoord van het rampjaar 1672. Een noodlottig jaar nu bijna 350 jaar geleden, waarin Bodegraven en Zwammerdam in brand werden gestoken en beide dorpen grotendeels verwoest werden. Dit gebeurde door Franse troepen. Wat deden de Fransen in die tijd in Nederland. Zij kwamen toch veel later bij de komst van Napoleon rond het jaar 1800? De gebeurtenissen van 1672 in Bodegraven waren volop in het nieuws. In grote delen van Europa werd hierover bericht, en er werden zelfs pamfletten hierover uitgegeven.

We gaan ver terug in de tijd na het einde van de 80 Jarige Oorlog. In 1648 werd in Münster (Duitsland) de vrede met Spanje getekend. Nederland was een republiek en werd bestuurd door de Staten Generaal. Er was geen vorst meer aan het hoofd maar de belangrijkste man was Johan de Witt die in 1668 benoemd was tot raadpensionaris, het belangrijkste ambt in de republiek. De republiek was in die tijd verdeeld in twee partijen: de staatsgezinden en prinsgezinden, aanhangers van Willem III Prins van Oranje. Er werd een grote politieke strijd geleverd om de Prins meer macht te geven.


In Frankrijk regeerde Lodewijk de XIV (de Zonnekoning) een absoluut heerser die erop uit was zijn macht en grondgebied uit te breiden. Hij zag zich zelf als beschermer van het Katholieke geloof. De republiek, een protestants bolwerk, was hem een doorn in het oog. Engeland werd geregeerd door koning Karel II. De vloot van de Republiek was een grote concurrent voor de Engelse vloot, en er waren al verschillende handelsoorlogen met Engeland gevoerd in de voorgaande jaren.


Lodewijk de XIV zag kans om zowel Engeland als de bisdommen van Keulen en Münster voor zich te winnen om een oorlog met de Republiek te beginnen. Zo gebeurde het dat op 27 maart 1672 Engeland ons de oorlog verklaarde, Frankrijk volgde op 6 april en eind mei de bisdommen van Münster en Keulen.


In februari 1672 word Prins Willem III (Prins van Oranje) benoemd tot Kapitein Generaal. Hij krijgt het opperbevel over het landleger. Rond 1672 was de vloot behoorlijk versterkt, maar was het landleger in armzalige staat. Magazijnen en opslagplaatsen van kruit waren leeg, de kanonnen verroest. De grachten bij de forten lagen droog. Overal stonden huizen en bomen zodat er geen vrij schootsveld vanaf de forten is. Zo was de situatie aan de vooravond van dit voor de republiek belangrijke jaar 1672.


In een grote zeeslag in juni 1672 weet de Nederlandse vloot (onder bevel van admiraal Michiel De Ruyter), te voorkomen dat de Engelse marine op de kusten van Holland landt. De verliezen zijn enorm aan beide kanten. Het gevaar van Engelse zijde is voorlopig geweken. Hoe stond het ondertussen met Frankrijk. Het Franse leger, 120.000 man sterk, is half mei zijn opmars begonnen. Een van de aanvoerders is generaal Luxembourg. Met zijn troepen zal Bodegraven nog te maken krijgen maar zover is het voorlopig nog niet. Het was logisch geweest om vanuit België de Republiek aan te vallen maar dit behoorde tot de Spaanse Nederlanden en die waren neutraal.


Daarom namen de Franse troepen een andere weg. Op 12 juni 1672 trokken ze bij Lobith de Rijn over. Samen met de troepen van de bisdommen versloegen ze de zwakke troepen van de republiek. Binnen enkele weken hebben de Fransen de oostelijke en zuidelijke gewesten van de Republiek in bezit, waaronder de steden Deventer, Zwolle en Arnhem. Zelfs de stad Utrecht wordt opgegeven.


Lodewijk XIV steekt bij Lobith de Rijn over


Er brak grote paniek uit, vluchtelingen trekken over de wegen en burgers begraven hun kostbaarheden. Koning Lodewijk maakt een rijtoer door Utrecht met zijn hofdames en rijkelijk uitgedoste edelen. Doordat Lodewijk XIV en zijn troepen in plaats van een snelle opmars er voor kozen om elk stadje wat ze onderweg tegenkwamen te veroveren verloren ze veel tijd. Ze hadden beter met hun hoofdmacht direct naar Den Haag kunnen trekken.


Hierdoor kreeg De Prins de tijd om zijn sterk geslonken troepen achter de Oude Hollandse Waterlinie terug te trekken en de bestaande verdedigingswerken te versterken en te vernieuwen. Deze linie was een gebied dat liep van Muiden tot aan Gorinchem.



Oude Hollandse Waterlinie in 1672

Naast een aantal vestigsteden zoals Naarden, Schoonhoven en Muiden, om er enkele te noemen, bevatte het ook een groot aantal forten. Bovendien kon een ander belangrijk verdedigingsmiddel worden ingezet namelijk het water. Overal werden in juni 1672 de sluizen open gezet en dijken doorgestoken zodat het hele gebied onder water kwam te staan. Dit ging niet gemakkelijk, er was veel verzet van stadsbesturen en boeren. Uiteindelijk werden er op sabotage zware straffen gezet en werd het verzet opgegeven.


Verder was er genoeg geld in de staatskas om de troepen aan te vullen en wapens te kopen. De Prins versterkte zijn leger met buitenlandse huurlingen (voornamelijk Duitsers en Zwitsers. Daarnaast rekruteerde de Prins burgers en zette de matrozen in daardoor groeide het totale leger ongeveer tot 55.000 man.


Het gebied rondom Bodegraven was uiterst belangrijk want het was de kortste weg naar het hart van de Republiek namelijk: Den Haag. Alleen hier was het gebied dat onder water gezet kon worden vrij smal, slechts enkele kilometers breed, namelijk tussen de Dubbele en Enkele Wiericke.


De Prins vond dit belangrijk genoeg om zich met deze strook persoonlijk te bemoeien. Op 18 juni 1672 kwam hij naar Bodegraven en vestigde zijn hoofdkwartier tussen Bodegraven en Nieuwerbrug. De exacte locatie is helaas niet bekend, vermoedelijk een boerderij. Er zijn wel enkele tekeningen uit die tijd waarop sloep te zien was van de Prins. Hiermee voer hij langs zijn troepen. Vanuit binnen- en buitenland kwam men naar dit hoofdkwartier om met de Prins van Oranje te spreken. Hij voerde vredesonderhandelingen met afgevaardigden van de Engelse koning, in zijn tent bij Nieuwerbrug. Bodegraven en Nieuwerbrug stonden echt in het middelpunt van de belangstelling van toenmalig Europa.



Hoofdkwartier van de Prins met sloep bij Bodegaven in 1672

Waar de Dubbele Wiericke uitmondde in de Oude Rijn bij Nieuwerbrug werden op bevel van de Prins twee schansen gebouwd. Eén lag er aan de zuidkant van de Rijn (Quartier aan de Nieuwerbrugge) gebouwd onder leiding van kolonel Pain et Vin en een aan de noordkant (Molkerschans).

Het bestond uit een aarden borstwering richting Woerden, waarop kanonnen waren geplaatst en manschappen werden gelegerd. Om een vrij schootsveld te krijgen werden omliggende boerderijen tot woede van de boeren afgebroken. De achterkant richting Bodegraven was open. Hierdoor was het niet mogelijk om zonder tegenstand over de weg te trekken aan beide kanten van Rijn.




Impressie van de forten bij Nieuwerbrug, gebouwd in 1673. De forten die er lagen in 1672 waren niet stervormig en van achteren waren ze open, maar het geeft een goed beeld van de ligging bij de Rijn.


De Prins was niet helemaal te vrede hiermee en liet bij de Enkele Wiericke een derde schans aanleggen op de plaats waar nu fort Wierickerschans ligt (fort Wierickerschans is zelf pas in 1673 aangelegd). Hij verhoogde de kade langs de Enkele Wiericke en daarmee ontstond de Prinsendijk. De sluizen van de beide Wierickes werden open gezet zodat het omringende land onderstroomde. Door de vele regen die in het najaar viel werd dit gebied extra ontoegankelijk .



Impressie van Fort Molkerschans uit 1672 gereconstrueerd in een computermodel

De oorspronkelijke troepenmacht van de Prins in zijn hoofdkwartier bij Bodegraven bedroeg 1400 man voetvolk, 2000 man ruiters en een aantal kanonnen. Woerden lag precies buiten het gebied van de waterlinie en werd al in juni 1672 door de Fransen bezet. In oktober probeerde de Prins de stad Woerden te ontzetten maar dit mislukte.

De Prins had het wel gezien in Bodegraven. Hij vertrok enkele dagen later definitief met het meenemen van hoofdmacht, waaronder de ruiters uit Bodegraven. Hij wilde een verrassingsaanval doen op de stad Charleroi (België). Dit was een belangrijk verzamelpunt van de Franse troepen. Voordat hij wegging benoemde hij de Zweedse graaf Koningsmarck als zijn plaatsvervanger. Hij liet ongeveer 1800 soldaten achter bij hem in Bodegraven. Daarnaast bleven er enkele honderden soldaten achter in de forten bij Nieuwerbrug onder bevel van kolonel Pain et Vin.


Bodegraven kwam in gevaar want men dacht dat de Fransen vanuit Woerden hun aanval zouden starten. Voorlopig werd Bodegraven nog beschermd door het water. Maar wat zou er in de winter gebeuren als het water zou bevriezen. Niemand kon waarschijnlijk vermoeden tot welke vreselijke gebeurtenissen dit zou lijden, aan het einde van het jaar 1672 in Bodegraven en Zwammerdam.


Het Rampjaar 1672 vanaf de herfst 1672

De Fransen hadden hun hoofdmacht in Utrecht, maar daarnaast hadden ze ook Woerden bezet. Na een mislukte poging van de Prins om Woerden te bevrijden, trok hij in oktober 1672 met zijn hoofdmacht richting België. De Prins liet de Zweedse graaf Von Königsmarck als zijn plaatsvervanger achter. Deze had ongeveer 1800 soldaten in Bodegraven gelegerd. Daarnaast waren er ongeveer enkele honderden soldaten in de forten bij Nieuwerbrug. Deze stonden onder bevel van kolonel Pain- et Vin.


Plattegrond van Bodegraven uit 1650

Dat was de militaire situatie bij het aanbreken van de winter 1672. Hoe kon deze relatief kleine groep soldaten de opmars van het reusachtige Franse leger ophouden. Vooral als de weersomstandigheden zich zouden veranderen. En dit was precies wat er gebeurde. Vanaf 15 december begon het hard te vriezen, waarbij er af en toe ook dooi optrad. Maar de vorst zou zeker tot de kerst aanhouden. Dit waren ideale omstandigheden voor de hertog van Luxembourg om de veldtocht te hervatten. Maar hij startte te laat.

Op dinsdag 27 december 1672 verliet Luxembourg middags om 12.00 uur Utrecht. Zijn leger bestond uit 8000 voetsoldaten, 900 ruiters en 300 dragonders (infanterist die zich per paard verplaatst, maar te voet vecht). Vermoedelijk voerde hij ook een aantal kanonnen mee. Rond 4 uur in de middag kwamen ze in Woerden aan. Het was licht gaan dooien en er viel natte sneeuw. Geen prettig weer voor een mars. Avonds begon het zelfs te regenen.

Van Luxembourg had het volgende plan. Hij wilde niet naar Nieuwerbrug over de Rijndijk marcheren om een frontale aanval te doen op de forten daar. Deze werden te zwaar verdedigt. Hij koos een andere strategie, hij plande een verrassingsaanval. Zijn plan was om via Woerden over de dichtgevroren waterlinie naar Zegveld te trekken. Vandaar door de Meije naar Zwammerdam. Vervolgens zou hij via Bodegraven naar Nieuwerburg trekken om de forten in de rug aan te vallen.


De tocht van de Hertog van Luxembourg op 27 en 28 december 1672

Maar hiervoor had hij stevig ijs nodig maar door de invallende dooi werd dat onzeker. Luxembourg keek met bezorgdheid naar deze weersomslag, hij dacht dat het ijs nog wel stevig genoeg zou zijn om zijn troepen te houden. Bovendien wilde hij de aanval niet meer stopzetten. Na een toespraak voor zijn mannen waarbij hij de troepen een vrijbrief gaf om te plunderen, moorden en verkrachten zette het leger zich in beweging. De ruiters liet hij achter want die konden de tocht over het ijs niet maken. Uiteindelijk vertrok hij dus op 27 december om tien uur avonds met 8000 infanteristen en 400 dragonders (ook te voet).

Het was geen pleziertocht, soldaten zakten op vele plaatsen door het ijs, een aantal kwamen er hierbij om, en een aantal konden er gered worden. Ze hadden zes uur nodig om Zegveld te bereiken, dat lag maar vier kilometer verder. Ze moesten verschillende keren een brug over een wetering slaan om verder te komen. Hiervoor sloopten ze een aantal boerderijen die ze onderweg tegenkwamen en gebruikten hiervoor het hout. Eén van de bruggen stortte in elkaar voordat de volledige troepenmacht er overheen getrokken was. Een groot deel van de troepen moest hierdoor achterblijven. Dat betekende dat hij met 4000 man verder trok want er was geen weg terug. Nat en verkild tot op het bot kwamen de soldaten op 28 december rond het middaguur in Zwammerdam aan. In Zwammerdam vonden ze de brug over de Oude Rijn opgehaald.

Hoe was de situatie nu in Nieuwerbrug, Bodegraven en Zwammerdam. Hoe was de opstelling van de troepen en waar waren de bevelhebbers?

In Bodegraven was om twee uur nachts alarm geslagen toen men hoorde van de Franse opmars. Von Königsmarck vertrok met al zijn soldaten (volgens andere bronnen liet hij 100 soldaten achter in Bodegraven), diezelfde nacht nog naar Zwammerdam. Hier liet hij een klein groepje soldaten achter. Hij had van de Staten van Holland de opdracht gekregen om Bodegraven te verdedigen. Alleen in uiterste nood mocht hij zich terugtrekken naar het fort de Goudse Sluis bij Alphen.


Fort de Goudse Sluis bij Alphen aan de Rijn

Toen hij hoorde van de grote Franse overmacht trok hij met zijn hoofdmacht richting Alphen aan de Rijn naar het fort de Goudse Sluis. Dit fort stond op de plek waar de Oude Rijn en de rivier de Gouwe samenkwamen. Ook daar voelde hij zich niet veilig en hij wilde doortrekken naar Leiden. Bij Koudekerk aan den Rijn kreeg hij de opdracht om terug te keren, en stand te houden op fort de Goudse Sluis.

En hoe stond het met kolonel Pain- et Vin in de forten bij Nieuwerbrug. Hij had de opdracht van Von Königsmarck gekregen om met tachtig man naar Zwammerdam te marcheren. Toen hij in Bodegraven aankwam, bemerkte hij dat de Fransen al in Zwammerdam stonden. Hij zag het dorp in brand staan. Volgens afspraak zouden daar de troepen van Von Königsmarck moeten zijn. Die kon hij echter niet vinden. Toen sloeg de paniek toe. In plaats van terug te keren naar Nieuwerbrug om de forten te verdedigen, vertrok hij met zijn soldaten halsoverkop naar Gouda. Daar werd hij weer teruggestuurd naar Nieuwerbrug. Hij kwam niet verder dan Driebruggen. Hij geeft daar zijn zegelring mee aan een bode, met de opdracht om de overgebleven soldaten in de forten te ontruimen. Kolonel Pain- et Vin kwam vervolgens met al zijn troepen in Gouda aan. Deze vlucht zonder de toestemming Von Königsmarck zou kolonel Pain- et Vin nog duur komen te staan. Het gevolg was dus dat er geen troepen meer waren om Boegraven en Nieuwerbrug te beschermen.

Terug naar Zwammerdam, de brug over de Oude Rijn was omhooggehaald. Dat was geen probleem enkele Franse soldaten staken met een bootje de Oude Rijn over en lieten de brug zakken. De Franse soldaten lieten hun woede de vrije loop.


Pamflet over de Franse wreedheden in Zwammerdam en Bodegraven

Na enkele schermutselingen werden de soldaten die niet konden vluchten gedood (er werden geen krijgsgevangenen gemaakt. Daarna moesten de overgebleven burgers het ontgelden. Het dorp werd geplunderd en in brand gestoken. De vrouwen werden verkracht en vervolgens gedood. Net als alle andere inwoners. Volgens de kroniekschrijvers uit die tijd waren de begane wreedheden ontzettend. Nadat hun wraaklust was bekoeld trok de legermacht verder naar Alphen aan de Rijn. Daar versperde het fort bij Goudse Sluis hun de weg. Aangezien Luxembourg geen kanonnen had kunnen meevoeren kon hij onmogelijk het fort veroveren. Luxembourg was ingesloten. Hij verwoestte daar enkele boerderijen en trok zich terug naar Zwammerdam. Hij ontdekte dat hij in een lastige situatie was geraakt. Terug naar Woerden via Zegveld kon hij niet meer want het ijs was inmiddels onbetrouwbaar geworden. De enige weg terug naar Woerden was over Bodegraven via Nieuwerbrug. Maar dan moest hij langs de forten bij Nieuwerbrug zien te komen. Zwammerdam stond inmiddels geheel in brand. De brandsporen zijn nu nog te zien zijn in de onderste laag stenen van de kerktoren. Deze bestaat uit oude bakstenen, het bovenste deel van de toren is namelijk afgebrand.

Toen vertrok Luxembourg met zijn troepen naar Bodegraven. Waarschijnlijk waren daar de meeste bewoners al op de vlucht geslagen. Maar er blijven altijd mensen achter die niet kunnen vluchten, te jong, te oud of te ziek. Verder was het midden in de winter, met sneeuw regen en ijs. Geen ideale omstandigheden om door de polders te vluchten. Hij legerde nu zijn hele troepenmacht in Bodegraven. Tot zijn verbazing waren hier geen Staatse soldaten meer te bekennen. Hij gaf beval om Bodegraven op enkele plaatsten in brand te steken, maar door een ongeluk ontstond er een vreselijke brand . Hij schreef over dit ongeluk later in een brief. Daarbij is geheel Bodegraven verwoest. Bij de restauratie van de Dorpskerk precies driehonderd jaar later in 1972 zijn er in de pilaren sporen van deze brand gevonden. Een deel van deze zuil ligt als aandenken in het koor van de kerk.





<<Door de brand verzwakte pilaar in de Dorpskerk te Bodegraven











  




Fragment van de zuil die bewaard gebleven is bij de restauratie van 1672


Verder is er een koperen gedenkplaat aangebracht in de onderbouw van de kerktoren. Bij deze brand zijn waarschijnlijk de nog aanwezige inwoners gedood, als die niet daarvoor al gedood waren door de plunderende Franse troepen.



Gedenkplaat in de Dorpskerk van Bodegraven over de ramp van 1672

Na deze gebeurtenissen zijn er een aantal pamfletten geschreven die verhaalden van de Franse wreedheden in Zwammerdam en Bodegraven. Lange tijd heeft men gedacht dat dit wel overdreven zou zijn. Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat er wel degelijk een aantal van deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ik zal ze niet in detail beschrijven, maar men kan zich wel een voorstelling van maken waartoe plunderende soldaten toe in staat zijn. Luxembourg schreef zelf in een brief naar huis ”Wij hebben alle Hollanders geroosterd die zich in het dorp Zwammerdam bevonden, waarvan wij er niet een uit de huizen hebben laten vertrekken”. Dit was ongetwijfeld waar gebeurd en geen propaganda verhaal. Dit waren dan toch wel buitengewonde wreedheden die hij hier beschreef. Zelfs aan het Franse hof werd hij zwartgemaakt bij de koning. Hier werd er verteld dat de behandeling van Bodegraven en Zwammerdam buitensporig geweest was.

Van verkenners kreeg Luxembourg bericht dat de forten bij Nieuwerbrug volledig verlaten waren. Nadat hij zijn troepen liet uitrusten vertrok hij in de vroege morgen van 30 december 1672 richting Woerden. Hij gaf de opdracht aan luitenant-kolonel Stouppa , die met zijn troepen de achterhoede vormde, om de tactiek van de verbrande aarde toe te passen. Het resultaat was dat de forten in Nieuwerbrug werden verwoest. Verder werden alle boerderijen die ze tegenkwamen geplunderd en in brand gestoken. Ze lieten Bodegraven en omgeving achter in een brandende puinhoop. In de loop van de dag marcheerden zijn troepen Woerden binnen. Hij had Den Haag niet kunnen bereiken. In een brief aan koning Lodewijk XIV schreef hij “Het is mij niet gelukt Den Haag te verwoesten, maar ik geloof er wel in te zijn geslaagd angst voor Uwe Majesteit in te boezemen. Wat het tijdsverloop betreft zijn er bronnen (Modderman) die de terugtocht uit Bodegraven pas op 31 december laat plaatsvinden. De meeste recente beschrijvingen gaan uit van 30 december wat ik daarom ook heb aangehouden.

Hoe groot waren nu de verliezen voor beide partijen. Volgens Franse bronnen had de hele tocht van Luxemburg hem maar ongeveer vijftig manschappen gekost. Heel weinig waarbij de meeste soldaten vermoedelijk gevallen zijn bij de tocht over het ijs in plaats van bij de gevechten. Een Amerikaans historicus schrijft dat er rond 2000 boerderijen en woningen zijn verwoest. Deze cijfers zijn waarschijnlijk sterk overdreven en beslaan waarschijnlijk een veel groter gebied dan Bodegraven en Zwammerdam.

Bodegraven had halverwege de zeventiende eeuw 500 inwoners. Er stonden ongeveer 150 huizen rondom de brug en de kerk. Verder had het een lagere school en waren er enkele herbergen. De veeteelt was een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast werd er hennep verbouwd voor het maken van touw. Verder had het dorp een aantal ambachtslieden. Zwammerdam zal ongeveer dezelfde grote hebben gehad. De meeste inwoners van Bodegraven waren al in de zomer gevlucht toen het land onder water gezet werd. Daarnaast was er nog een uittocht bij de nadering van de Franse troepen in december 1672. Hoeveel doden er in Bodegraven waren gevallen is moeilijk te bepalen. Recent onderzoek komt uit op 104 inwoners.


Schets van Bodegraven in 1672 voor de verwoesting

Luxemburg had Woerden veilig bereikt. De Prins gealarmeerd door de onheilsberichten marcheerde inmiddels terug vanuit België. Precies op de zelfde dag 30 december 1672 , bereikt hij met verse troepen en ruiterij Alphen aan de Rijn. Te laat om de Fransen te achtervolgen en een overwinning te behalen. In de ogen van vele tijdgenoten is het onvergeeflijk dat de Prins in oktober zijn troepen terugtrok uit het belangrijkste strijdgebied. Hierdoor kregen de Fransen vrij spel, en konden zo huishouden in Zwammerdam en Bodegraven.

De Fransen trokken op 7 november 1673 pas terug uit Woerden en daarmee verlieten ze onze omgeving. De oorlog woedde nog een aantal jaren. Op 10 augustus 1678 wordt de Vrede van Nijmegen getekend. Een vredesverdrag tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het Koningrijk Frankrijk. Hiermee komt er een einde aan de jarenlange oorlog.

Hoe liep het trouwens af met de hoofdrolspelers die zo een kwalijke rol hadden gespeeld in het drama. Kolonel Pain- et Vin werd beschuldigd van desertie. In januari 1673 zou hij worden onthoofd, maar men wilde hem nog gratie verlenen. Hier was de Prins op tegen . Op uitdrukkelijk bevel van de Prins werd hij onthoofd.

Ook Von Königsmarck viel in ongenade. Hij werd gedegradeerd en werd door zijn collega’s met de nek aangekeken. Een jaar later pleegt hij zelfmoord door zichzelf bij een veldslag opzettelijk bloot te stellen aan de vijandelijke kogels.

Bodegraven had nog vele jaren nodig om van deze verwoestingen te herstellen en het dorp weer op te bouwen. De opbouw ging langzaam. Rond 1700 was het dorp weer grotendeels hersteld. Langzamerhand zou het uitgroeien tot een deftig dorp. Voornamelijk omdat er langs de Oude Rijn grote boerderijen en mooie buitenplaatsen gebouwd zouden worden. Men kon echter niet weten dat bijna 200 jaar later Bodegraven opnieuw verwoest zou worden door een grote brand.

Het jaar 1672 staat tot op de huidige dag bekend als het rampjaar. Maar zoals uit bovenstaand verhaal blijkt is de naam Bodegraven Rampjaar 1672 niet voor niets gekozen.




Bronvermelding:

Bodegraven in 1672 Drs. J.F.A, Modderman

Rampjaar 1672 Luc Panhuysen

De Wierickerschans Bodegraven Stichting Wierickerschans
website: https//hoofdkwartier1672.nl

Timeswitch app Nieuwerbrug 1672


Voor reacties kunt u mij bereiken op: wtjohndevries@hotmail.com